Jesca Hoop – The House That Jack Built
Er gloort nieuwe Hoop aan de horizon. Jesca Hoop om precies te zijn. Haar derde album The House That Jack Built biedt interessante nieuwe invalshoeken aan het aloude concept van meisje met gitaar.

Tom Waits is al fan en Hoop ging reeds op tournee met Mark Knopfler, Elbow en Polyphonic Spree. Dat is een heel ander gezelschap dan waar ze mee opgroeide, als dochter van Mormoonse ouders in Noord-Californië. In 2007 verscheen Hoops debuutalbum Kismet, twee jaar later gevolgd door de langspeler Hunting My Dress.
In de tussentijd verscheen er van de inmiddels in Manchester woonachtige zangeres nog de EP Snowglobe, maar los daarvan is The House That Jack Built het eerste nieuwe werk in bijna drie jaar. De plaat begint luchtig met de toegankelijke popdeun Born To, even later gevolgd door het sexy, van een R&B-beat voorziene Peacemaker.
Verderop op de plaat brengt de folkzangeres eveneens gewaagde, elektronisch aandoende popnummers, die wonderwel werken met haar zwoele zuchtstem. Wel zijn liedjes als Ode To Banksy en Dig This Record net iets te lang voor hun schijnbare simpliciteit, hoewel Hoop dat weet te ondervangen met een volle productie.
Driftig
De groots geproduceerde popsongs staan echter in schril contrast met brave folkliedjes als Pack Animal, D.N.R., Deep Devastation en het titelnummer, hoewel ook die er zeker mogen zijn. Wel zijn ze wat conventioneler, waardoor het begrijpelijk is dat Hoop zo driftig experimenteert met een ander genre.
Een van de weinige keren dat een goede middenweg wordt gevonden, is ironisch genoeg op een liedje dat zijn wortels heeft in een veel oudere liedtraditie. Slotnummer When I’m Asleep combineert folkloristische songstructuren van de Britse eilanden met de dromerige pop van Feist en Lykke Li. Idealiter klonk de hele plaat zo. Maar Hoop doet leven.
Door: NU.nl/Pierre Oitmann

Beoordeling: 7/10